Benedictus XVI: Zij die Christus hebben ontdekt willen anderen ook tot Hem brengen ervan uitgaand dat men een grote vreugde niet voor zichzelf houdt maar doorgeeft. Dit is de taak waartoe de Heer je oproept. Dit is het "apostolaat van de vriendschap" dat de heilige Jozefmaria, de stichter van het Opus Dei, beschreef als "de vriendschap van persoon tot persoon, vol toewijding en oprechtheid: op gelijk niveau, van hart tot hart" (De Voor, nr. 191). Iedere christen wordt gevraagd een vriend van God te zijn en met God's gratie zijn eigen vrienden tot Hem aan te trekken. Op deze manier wordt apostolische liefde een ware hartstocht die tot uitdrukking wordt gebracht in het aan anderen overbrengen van het geluk dat in Jezus Christus gevonden is.
Wederom is het de heilige Jozefmaria die je herinnert aan enige sleutelwoorden op jouw spirituele reis: "Communie, vereniging, gemeenschap, vertrouwelijk gesprek: Woord, Brood, Liefde" (De Weg, nr. 535), de belangrijke woorden die de essentiële mijlpalen op onze weg tot uitdrukking brengen.
Johannes Paulus II: “Een duidelijke manifestatie van de Goddelijke Voorzienigheid is, door de eeuwen heen, de constante aanwezigehid van mannen en vrouwen, trouw aan Christus, die met hun leven en hun boodschap licht verspreiden in verschillende perioden van de geschiedenis. Onder deze vooraanstaande figuren neemt de zalige Jozefmaria een uitzonderlijke plaats in. Zoals ik de gelegenheid had te benadrukken op de dag van zijn zaligverklaring, hij herinnerde de wereld van nu aan de universele roeping tot heiligheid en aan de christelijke waarde die professioneel werk heeft in het leven van eenieder". (Toespraak voor de deelnemers aan het Congres over de leer van de zalige Jozefmaria, 14 oktober 1993).
Johannes Paulus I: “Mgr. Escrivá, met de Bijbel in de hand, onderwees voortdurend: "Christus wil niet dat we alleen maar goed zijn, hij wil dat we oprechte heiligen zijn. Hij wil echter niet dat we die heiligheid bereiken door buitengewone dingen te doen, maar eerder door gewone normale bezigheden. Het is de manier waarop deze worden gedaan die ongewoon moet zijn". Daar,
nel bel mezzo della strada (midden op straat), op kantoor, in de fabriek, kunnen we heilig zijn als we ons werk goed doen, uit liefde tot God, en opgewekt, zodat het dagelijkse werk niet een "dagelijkse tragedie" wordt, maar eerder "een dagelijkse glimlach". (
Il Gazzettino, Venetië, 25-VII-1978)
Paulus VI: “In uw woorden hebben we de bezieling van de gulle en verlichte geest van het hele Instituut gehoord, opgericht in deze tijd als een expressie van de eeuwige jeugd van de Kerk (…). We stellen met vaderlijke voldoening vast hoeveel het Opus Dei heeft volbracht en nog steeds volbrengt voor het Koninkrijk van God: hoe het wordt geleid door de wens het goede te doen; hoe het gekenmerkt wordt door een vurige liefde voor de Kerk en haar zichtbare hoofd, de paus en door een brandende ijver voor de zielen, die het aanzet om de steile en moeilijke wegen van het apostolaat van aanwezigheid en getuigenis te begaan op alle gebieden van het hedendaagse leven”.
Pius XII: “Hij was een ware heilige, een man gezonden door God voor onze tijd”.