HomeHeilige JozefmariaOpus DeiPersonele prelatuur
Heilige Jozefmaria
Opus Dei, een personele prelatuur

Personele prelatuur

Tags: Prelatuur van het Opus Dei
Paus Johannes Paulus II met mgr. Alvaro del Portillo
Paus Johannes Paulus II met mgr. Alvaro del Portillo
Oorsprong
Het conciliair decreet Presbyterorum ordinis (7-12-1965), nr. 10, bepaalde dat voor “het bevorderen van bijzondere pastorale taken ten bate van verschillende sociale groeperingen in bepaalde regio’s of landen, of zelfs over de hele wereld” er in de toekomst onder andere “bijzondere bisdommen of personele prelaturen” gesticht kunnen worden.

Het Concilie wilde vorm geven aan een nieuwe juridische structuur die, gekenmerkt door een grote flexibiliteit, bij zou kunnen dragen aan de effectieve verbreiding van de christelijke boodschap en het christelijk leven: de organisatie van de Kerk beantwoordde op deze manier aan haar zending, die voldoet aan de eisen van de tijd.

Het canoniek recht voorzag er in dat elke personele prelatuur geregeld wordt door het algemeen recht van de Kerk en door de eigen statuten.

Begrip
De meeste kerkelijke jurisdicties zijn territoriaal bepaald omdat de band van de gelovigen met hun woonplaats en omliggend gebied de basis van de organisatie vormt. Dit is typerend voor bisdommen. Of gelovigen bij een kerkelijke jurisdictie horen is echter niet altijd gebaseerd op de woonplaats, maar op andere criteria zoals beroep, ritus, immigrantenstatus, een overeenkomst met een jurisdictionele eenheid, etc. Dit is bijvoorbeeld het geval met militaire ordinariaten en met personele prelaturen.

Personele prelaturen zijn structuren –zoals eerder gezegd, onder auspiciën van het Tweede Vaticaans Concilie– met aan het hoofd een prelaat, die bisschop kan zijn, en die door de paus wordt benoemd. Hij oefent de bestuursmacht uit over de prelatuur. De prelatuur bestaat verder uit een presbyterium van seculiere priesters en uit lekengelovigen, mannen en vrouwen.

De personele prelaturen zijn dan ook instellingen die deel uitmaken van de hiërarchische inrichting van de Kerk, dat wil zeggen, ze zijn een van de manieren waarop de Kerk zich heeft georganiseerd om de opdracht die Christus haar gaf te verwezenlijken. De gelovigen van de prelatuur blijven behoren bij de lokale kerk of het diocees waar ze wonen.

Onder andere door genoemde kenmerken verschillen de personele prelaturen duidelijk van religieuze instituten en van gewijd leven in het algemeen, evenals van lekenbewegingen en lekenverenigingen.

Historische ontwikkeling
Op 6 augustus 1966 gaf Paulus VI met de “motu proprio” Ecclesiae sanctae uitvoering aan het initiatief van het Concilie dat voorzag in de oprichting van personele prelaturen. In dit document werd de mogelijkheid geconcretiseerd dat de leken zich in de toekomst aan personele prelaturen verbonden door een wederzijdse overeenkomst tussen de lekengelovige en de prelatuur.

Een jaar later, op 15 augustus 1967, kwam Paulus VI met een nadere omschrijving in de apostolische constitutie Regimini Ecclesiae universae (nr. 49.1); de personele prelaturen zouden onder de Congregatie voor de bisschoppen vallen en ze zouden door de paus worden opgericht, nadat de mening van de betrokken bisschoppenconferenties gehoord was.

Artikel 80 van de constitutie Pastor Bonus uit 1988 bekrachtigde wat in Regimini Ecclesiae universae was vastgesteld.

De Prelatuur van het Opus Dei
Het Opus Dei was reeds een organische eenheid van leken en priesters die in een pastorale en apostolische taak van internationale omvang samenwerken. Deze bestaat eruit het ideaal te verbreiden van de heiligheid in de wereld, in het beroepswerk en in de overige gewone dagelijkse omstandigheden.

Paulus VI en de pausen die na hem kwamen bepaalden dat de mogelijkheid onderzocht moest worden om het Opus Dei een juridische vorm te geven. Deze zou moeten passen bij haar eigenheid. In het licht van de conciliedocumenten ging het om die van de personele prelatuur. In 1969 begonnen de studies naar deze gewenste aanpassing met tussenkomst van zowel de Heilige Stoel als van het Opus Dei.

De studies werden in 1981 afgerond. Daarna zond de Heilige Stoel een rapport aan de meer dan 2000 bisschoppen van de diocesen waar het Opus Dei aanwezig was, met het verzoek hun opmerkingen in te zenden.

Toen deze fase was afgerond, werd het Opus Dei door Johannes Paulus II met de apostolische constitutie Ut sit van 28 november 1982 opgericht als personele prelatuur met internationale reikwijdte. Deze werd op 19 maart 1983 van kracht. Met dit document vaardigde de paus de statuten uit die de bijzondere pauselijke wet van de Prelatuur van het Opus Dei vormen. Dit zijn de statuten zoals ze jaren eerden door de stichter waren voorbereid, met de veranderingen die nodig waren om ze aan de nieuwe wetgeving aan te passen.


Normen inzake het bestuur van de prelatuur
De Prelatuur van het Opus Dei wordt beheerst door de normen van het algemeen recht van de Kerk, door de apostolische constitutie Ut sit en door haar eigen statuten of Codex van particulier recht van het Opus Dei.

In het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 zijn de normen opgenomen die ten grondslag liggen aan de personele prelatuur (canones 294-297).

De priesters die tot het presbyterium van de prelatuur horen staan volledig onder de prelaat. Deze stelt hun pastorale taak vast, die zij nauw verenigd met de diocesane pastoraal vervullen. De prelatuur voorziet in hun levensonderhoud.

De lekengelovigen staan op dezelfde manier onder de prelaat, in alles wat de specifieke missie van de prelatuur betreft. Zij zijn op dezelfde wijze aan de burgerlijke overheid onderworpen als de andere burgers, en aan de andere kerkelijke autoriteiten zoals de andere katholieke gelovigen.

Structuur van de Prelatuur van het Opus Dei
De prelaat –en zijn vicarissen als zijn plaatsvervangers– is de ordinaris van de prelatuur en oefent binnen het Opus Dei de jurisdictie uit. De manier van werken van de prelatuur is collegiaal; de prelaat en zijn vicarissen oefenen hun taken altijd uit in samenwerking met de betreffende raden, die voornamelijk uit leken bestaan.

Bij het besturen van het Opus Dei heeft de prelaat de medewerking van een raad voor vrouwen, de Centrale Assessorie, en een andere voor mannen, de Algemene Raad. Beide hebben hun zetel in Rome.

De algemene congressen van de prelatuur worden gewoonlijk om de acht jaar gehouden. Daaraan nemen leden deel uit de verschillende landen waar het Opus Dei aanwezig is. Tijdens deze congressen wordt het apostolaat van de prelatuur bestudeerd en worden de beleidslijnen voor toekomstige pastorale activiteiten aan de prelaat voorgelegd. Tijdens het congres gaat de prelaat over tot de vernieuwing van zijn raden.

Voor de benoeming van een nieuwe prelaat wordt een algemeen kiescongres bijeengeroepen. De prelaat wordt, volgens de normen van het algemeen en bijzonder recht, gekozen uit degenen die het presbyterium van de prelatuur vormen en aan bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder leeftijd, anciënniteit in het Opus Dei en ervaring als priester. Zijn verkiezing moet door de pausbekrachtigd worden, die op deze wijze het prelaatschap verleent. Mgr. Javier Echevarría is de huidige prelaat van het Opus Dei.

De prelatuur is onderverdeeld in gebieden of territoria die regio’s worden genoemd. Aan het hoofd van iedere regio –waarvan de begrenzing al dan niet samenvalt met een land– staat een regionaal vicaris met zijn raden: de Regionale Assessorie voor de vrouwen en de Regionale Commissie voor de mannen.

Enkele regio’s zijn onderverdeeld in delegaties van kleinere omvang. In dit geval wordt dezelfde bestuurswijze gehandhaafd: een vicaris van de delegatie met twee raden.

Op locaal niveau, tenslotte, zijn er de centra van het Opus Dei die de vorming en de pastorale zorg voor de gelovigen van de prelatuur in hun omgeving organiseren. Er zijn centra voor vrouwen en centra voor mannen. Elk centrum heeft een locale raad van tenminste drie leden van de prelatuur, die wordt voorgezeten door een leek. De ordinaris van de prelatuur stelt een priester uit zijn presbyterium aan voor de specifieke priesterlijke zorg van de leden die bij een centrum horen.

Geen enkele bestuursfunctie, behalve die van de prelaat, geldt voor het leven.

Betrekkingen met de bisdommen
Zoals gezegd is de Prelatuur van het Opus Dei een juridische structuur die deel uitmaakt van de pastorale en hiërarchische inrichting van de Kerk. Net zoals de bisdommen, territoriale prelaturen, vicariaten, militaire ordinariaten, etc. heeft de prelatuur haar eigen autonomie en gewone jurisdictie om haar taak uit te voeren ten dienste van heel de Kerk. Daarom valt zij direct onder de paus, middels de Congregatie voor de bisschoppen.

Het gezag van de prelaat strekt zich uit tot alles wat de specifieke missie van de prelatuur betreft:

a) De lekengelovigen van de prelatuur vallen in alles wat betrekking heeft op de vervulling van de bijzondere verplichtingen op het terrein van de ascese, vorming en apostolaat die ze door de officiële verklaring zijn aangegaan toen ze lid werden van de prelatuur. Deze verplichtingen interfereren, gezien de materie, niet met de zeggenschap van de diocesane bisschop. Op overeenkomstige wijze blijven de lekengelovigen van het Opus Dei gelovigen van het diocees waarin zij wonen en staan dus onder het gezag van de diocesane bisschop, net zoals de andere gedoopten die hun gelijken zijn.

b) Volgens de bepalingen van het algemene recht van de Kerk en het bijzondere recht van het Opus Dei, behoren de diakens en priesters die in de prelatuur geïncardineerd zijn tot de seculiere clerus. Zij vallen volledig onder het gezag van de prelaat. Zij moeten broederlijke betrekkingen onderhouden met de leden van het diocesane presbyteriumen de algemene discipline van de clerus zorgvuldig in acht nemen. Zij beschikken over actief en passief stemrecht voor de priesterraad van het bisdom. De diocesane bisschoppen kunnen, met instemming van de prelaat of, namens hem met de vicaris, priesters van de prelatuur belasten met kerkelijke taken of ambten (de zorg voor een parochie, de kerkelijke rechtbank, etc.). Ze volgen hiervoor de richtlijnen van de diocesane bisschop op en zijn alleen aan hem verantwoording verschuldigd.

De statuten van het Opus Dei (titel IV, hoofdstuk V) geven de criteria voor een harmonieuze coördinatie tussen de prelatuur en het diocees waarin de prelatuur haar specifieke taak ten uitvoer brengt.

Dit betreft bijvoorbeeld het volgende:

a) Het werk van het Opus Dei wordt niet begonnen, noch wordt tot de canonieke oprichting van een centrum van de prelatuur overgegaan zonder voorafgaande toestemming van de diocesane bisschop.

b) Voor het oprichten van kerken van de prelatuur, of wanneer in bisdommen bestaande kerken of parochies aan de prelatuur worden toevertrouwd, wordt er een overeenkomst gesloten tussen de diocesane bisschop en de prelaat of zijn vicaris in de betreffende regio. In deze kerken worden de algemene bepalingen van het diocees voor kerken die onder leiding staan van de seculiere clerus in acht genomen.

c) De regionale bestuurders van de prelatuur berichten regelmatig en onderhouden betrekkingen met de bisschoppen van de diocesen waar de prelatuur haar pastorale en apostolische taak verricht, met de bisschoppen die bestuurstaken hebben in de bisschoppenconferentie, en met hun respectievelijke organen.

De apostolische taak van de leden van de prelatuur –zoals die van vele andere katholieken– is erop gericht in de hele wereld een impuls aan het christendom te geven, wat met de hulp van God, ten goede komt aan de parochies en de locale kerken: de vruchten zijn bekeringen, een grotere deelname aan de Eucharistie, het regelmatiger ontvangen van de andere sacramenten, verbreiding van het evangelie in kringen die soms ver van het geloof verwijderd zijn, initiatieven tot solidariteit met de minstbedeelden, samenwerking in de catechese en andere activiteiten van een parochie, samenwerking met diocesane instellingen, etc. Zoals Johannes Paulus II in herinnering bracht, “het feit dat de lekengelovigen zowel bij de eigen particuliere kerk horen als deel uitmaken van de prelatuur, maakt het mogelijk dat de bijzondere taak van de prelatuur samenvloeit met de evangelisatie van iedere particuliere kerk, zoals voorzien door het Tweede Vaticaans Concilie, toen de oprichting van personele prelaturen wenselijk werd geacht”. De mensen van het Opus Dei zijn apostolisch bezig in het kader van het specifieke charisma van de prelatuur: heilig worden in het werk en in de gewone omstandigheden van het dagelijks leven.

Het bevoegd gezag van het Opus Dei wil de eenheid van alle gelovigen van de prelatuur met hun bisschop bevorderen en in het bijzonder de kennis verdiepen van de voorschriften en richtlijnen van de diocesane bisschoppen en van de bisschoppenconferentie, zodat ieder ze, in de context van zijn persoonlijke, gezins- en beroepsomstandigheden in praktijk kan brengen.