HomeHeilige JozefmariaSpreken met GodJezus verrijst uit de doden
Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Jezus verrijst uit de doden

Tags: Vreugde, Evangelie, Jezus Christus
In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’ Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’ (Joh 20, 19-23)

“Christus leeft. Dat is de waarheid die ons geloof inhoud geeft. Jezus, die aan het Kruis stierf, is opgestaan. Hij heeft de dood overwonnen, heeft gezegevierd over de machten van de duisternis, over de pijn en de angst. Weest niet bevreesd, deze groet richtte de engel aan de vrouwen die naar het graf gingen: Weest niet bevreesd! Gij zoekt Jezus van Nazaret, de gekruisigde. Hij is verrezen, Hij is niet hier. Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, laat ons dus jubelen en vrolijk zijn.

De Paastijd is een tijd van vreugde, een vreugde die niet beperkt blijft tot deze periode van het liturgische jaar, maar die het hart van de christen blijvend vervult. Want Christus leeft, Christus is niet een gestalte die eenmaal geleefd heeft, voorbijgegaan en verdwenen is, en die ons slechts een wonderbare herinnering en een ontroerend voorbeeld heeft achtergelaten.

Neen, Christus leeft. Jezus is de Emmanuel: God met ons. Zijn Verrijzenis getuigt dat God de zijnen niet in de steek laat. Kan een vrouw haar zuigeling wel vergeten? Een moeder de zoon van haar schoot? En al zou ook zij het vergeten, Ik, Ik vergeet u nooit! Zo had God het beloofd. En Hij heeft zijn belofte ingelost. God vindt steeds zijn vreugde onder de mensenkinderen.

Christus leeft in zijn Kerk. ‘Ik zeg u de waarheid: Het is goed voor u dat Ik heenga. Want als Ik niet heenga, dan komt de Trooster niet bij u. Als Ik echter heenga, dan zal Ik Hem u zenden.’ Dat was het plan van God: door zijn dood aan het Kruis gaf Christus ons de Geest van de Waarheid, de Geest van het Leven. Christus leeft voort in zijn Kerk, in haar sacramenten, in haar liturgie, in haar verkondiging, in al haar doen en laten.

Vooral blijft Christus onder ons tegenwoordig in de Heilige Eucharistie, waar Hij zich elke dag aan ons wil geven. Daarom is de H. Mis het centrum en de wortel van het christelijk leven. In iedere Mis is altijd de hele Christus aanwezig, Hoofd en Lichaam. Door Hem, en met Hem en in Hem. Want Christus is de Weg, de Middelaar. In Hem vinden wij alles, zonder Hem blijft ons leven leeg. In Christus, en door Hem onderwezen, durven wij zeggen: "Pater noster", onze Vader. Wij durven de Heer van hemel en aarde Vader te noemen.

De tegenwoordigheid van de levende Christus in de heilige Hostie is onderpand, wortel en vervulling van zijn tegenwoordigheid in de wereld.

Christus leeft in de christen. Het geloof zegt ons dat de mens in staat van genade vergoddelijkt is. Wij zijn mensen, geen engelen, schepselen van vlees en bloed, met een hart vol hartstochten, vol vreugde en vol smart. Maar de vergoddelijking wordt voor de hele mens effectief als een voorschot op zijn glorierijke opstanding.

[...] Het leven van Christus is ons leven, juist zoals het aan de Apostelen werd beloofd bij het Laatste Avondmaal: Wie Mij bemint, bewaart mijn woord: mijn Vader zal hem beminnen, en Wij zullen bij hem komen en ons verblijf bij hem nemen. De christen moet daarom leven zoals Christus leefde, moet voelen als Christus, zodat hij met de heilige Paulus kan uitroepen: Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.”
Als Christus nu langs komt, 102-103