Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Mei: mariamaand

Tags: Onze Lieve Vrouw, Innerlijk leven, Vroomheid
Hoe prettig vinden de mensen het, herinnerd te worden aan hun verwantschap met vooraanstaande personen uit de schrijverswereld, de politiek, het leger of de Kerk!...

- Zing daarom voor de Onbevlekte Maagd: Wees gegroet Maria, Dochter van God de Vader; Wees gegroet Maria, Moeder van God de Zoon; Wees gegroet Maria, Bruid van God de Heilige Geest. God alleen is groter dan U!
De Weg, 496

Met Maria omgaan
Spontaan en als vanzelfsprekend voelen we ons aangetrokken tot de Moeder van God, die ook onze Moeder is. We kunnen naar haar toegaan zoals we doen bij iemand die leeft, want de dood heeft niet over haar gezegevierd; zij is met lichaam en ziel bij God de Vader, bij haar Zoon en bij de heilige Geest.

Er zijn geen diepe beschouwingen nodig om de rol van Maria in het leven van de christen te begrijpen, ons tot haar aangetrokken te voelen en met de liefde van een kind haar gezelschap te zoeken, ook al is het mysterie van het goddelijk moederschap zo rijk aan inhoud dat we er nooit genoeg over kunnen nadenken.

Een teken van de liefde van God
Het katholieke geloof ziet in Maria een teken bij uitstek van de liefde van God. Hij noemt ons nu al zijn vrienden; zijn genade werkt in ons, geneest ons van de zonde en geeft ons de kracht om het gelaat van Christus enigszins te weerspiegelen, ondanks de zwakheid die eigen is aan wie nog stof en ellende is. We zijn niet langer alleen drenkelingen die God redding beloofd heeft, want die redding is al in ons werkzaam. Onze relatie met God is niet die van een blinde die hunkert naar het licht en zucht onder de angsten van de duisternis; het is die van een kind dat weet dat zijn Vader van hem houdt.
Deze hartelijkheid, dit vertrouwen en deze geborgenheid vinden wij bij Maria. Daarom spreekt haar naam zo direct tot het hart. Voor onze omgang met de Vrouwe met de zoete naam Maria kan de relatie met onze eigen moeder ons als voorbeeld en leidraad dienen. Wij moeten van God houden met hetzelfde hart waarmee we van onze ouders, broers en zussen houden, van andere familieleden en van onze vrienden of vriendinnen. Een ander hart hebben we niet, en met dat hart moeten we van Maria houden.

Hoe gedragen een gewone zoon of dochter zich tegenover hun moeder?
Hoe gedraagt een zoon of dochter zich normaliter tegenover zijn moeder? Weliswaar heel verschillend, maar altijd hartelijk en met vertrouwen. Die hartelijkheid zal bij iedere situatie een andere vorm aannemen, zoals het spontaan komt, maar zal nooit iets kouds over zich hebben. Het zijn de vertrouwde gewoontes van een gezin: de kleine, dagelijkse dingen die een kind graag voor zijn moeder doet en die de moeder mist als ze weleens vergeten worden: een kus of een liefkozing bij het weggaan of thuiskomen, een kleine attentie, een paar lieve woorden…

In de relatie met onze Moeder in de hemel hebben we ook uitingen van kinderlijke liefde. Veel christenen volgen het oude gebruik om het scapulier te dragen, of ze maken zich de gewoonte eigen de Mariabeelden te groeten die in christelijke gezinnen te vinden zijn en de straten van zoveel steden sieren. Dat hoeft trouwens niet met woorden, een groet in gedachten is genoeg. Een andere manier is het prachtige rozenkransgebed waarbij de ziel niet moe wordt steeds weer hetzelfde te zeggen – zoals verliefden niet moe worden steeds hetzelfde te herhalen – en waardoor zij leert de belangrijkste momenten uit het leven van Onze Lieve Heer opnieuw te beleven. Of ze nemen de gewoonte aan om een dag van de week aan Maria te wijden – de dag waarop we nu bij elkaar zijn: de zaterdag – en haar dan een kleine attentie aan te bieden en haar moederschap te overdenken…
Er zijn nog veel andere mariale devoties die we nu niet hoeven op te noemen. Het is niet nodig dat ze allemaal een rol spelen in het leven van iedere christen – groeien in bovennatuurlijk leven is heel wat anders dan het opstapelen van devoties – maar ik moet ook zeggen dat iemand die geen enkele devotie tot Maria heeft, die haar op geen enkele manier zijn liefde laat blijken, niet de volheid van het christelijk geloof bezit.

Wie de devotie tot de heilige Maagd achterhaald vindt, laat zien dat hij de diepe christelijke zin ervan is kwijtgeraakt en de bron ervan niet meer kent, namelijk het geloof in de wil van God de Vader om ons te verlossen; de liefde voor God de Zoon, die werkelijk mens is geworden en uit een Vrouw is geboren; het vertrouwen in God de heilige Geest, die ons door zijn genade heiligt. Het is God die ons Maria heeft gegeven, en we hebben het recht niet haar af te wijzen, we horen ons veeleer met de liefde en blijdschap van kinderen tot haar te wenden.
Christus komt langs, 142

De allerheiligste Maria, de Moeder van God, leefde onopgemerkt, als zovele andere vrouwen van haar dorp. - Leer van haar eenvoudig en “gewoon” te leven.
De Weg, 499