HomeHeilige JozefmariaSpreken met GodJezus sterft aan het Kruis
Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Jezus sterft aan het Kruis

Tags: Kruis, Evangelie, Jezus Christus, Versterving, Beschouwen
Zelf zijn kruis dragend trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgota. Daar sloegen zij Hem aan het kruis, en met Hem nog twee anderen, aan elke kant een en Jezus in het midden. Pilatus had ook een opschrift laten maken en op het kruis doen aanbrengen. Het luidde: ‘Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.’ (Joh 19,17-19)

“Nu wordt de Heer gekruisigd, en samen met Hem twee rovers, een aan zijn rechter- en een aan zijn linkerhand. Intussen zegt Jezus: Vader, vergeeft het hun, want ze weten niet wat ze doen (Lc 23,34).

Het is de Liefde die Jezus tot Calvarie gebracht heeft. En eenmaal aan het Kruis zijn al zijn gebaren en al zijn woorden vol liefde, een serene en sterke liefde.

In de houding van de Eeuwige Priester, zonder vader en moeder, zonder stamboom (vgl. Heb 7,4), opent Hij zijn armen voor de gehele mensheid.

Tegelijk met de hamerslagen die Jezus vastnagelen, klinken de profetische woorden van de Heilige Schrift: Ze hebben mijn handen en voeten doorboord. Al mijn beenderen kan ik tellen, en allen zien naar Mij op Mijn volk! Wat heb Ik u misdaan of waarin heb ik U bedroefd? Antwoordt mij (Mi 6,3).

En wij allen, met een hart gebroken van smart, zeggen oprecht tot Jezus: Ik behoor U toe en ik geef mij aan U over, en ik nagel mij vast aan het Kruis, door op alle kruispunten van de wereld een ziel te zijn, overgegeven aan U, aan uw glorie, de Verlossing, aan de medeverlossing van de gehele mensheid.”
De Kruisweg, XI statie

Bovenaan het Kruis staat de reden van de veroordeling geschreven: Jezus van Nazareth, Koning der Joden (Joh 19,19). En allen die daarlangs komen, beledigen en honen Hem. – Als Hij de koning van Israël is, laat Hem dan van het kruis afkomen (Mt 27,42).

Een van de rovers neemt het voor Hem op: Hij heeft niets kwaads gedaan (Lc 23,41). Daarop richt hij zich tot Jezus met een nederig gebed, vol geloof: Heer, denk aan mij wanneer Gij in uw koninkrijk komt(Lc 23,42). Waarlijk, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs(Lc 23,43).

Bij het Kruis staat Maria, zijn Moeder, samen met andere heilige vrouwen. Jezus kijkt haar aan, en daarna kijkt Hij de leerling aan die Hij bemint, en zegt tot zijn Moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon. Vervolgens zegt Hij tot de leerling: Ziedaar uw Moeder (Joh 19, 26-27).

Het hemellicht dooft, en de aarde is in duisternis gehuld. Het is rond drie uur wanneer Jezus uitroept: Eli, Eli, lamma sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (Mt 27, 46).

Hierna, in het besef dat alles zijn voltooiing nadert, zegt Hij, opdat de Schrift in vervulling zal gaan: Ik heb dorst (Joh 19, 28).

De soldaten dompelen een spons in azijn, bevestigen deze aan een hysopstengel en brengen hem aan zijn mond. Jezus proeft van de azijn en roept uit: Alles is volbracht (Joh 19, 30). Het voorhangsel van de tempel scheurt middendoor, de aarde beeft, wanneer de Heer met luider stem uitroept: Vader, in uw handen beveel ik mijn geest (Lc 23, 46). En Hij sterft.

Bemin het offer, dat een bron is van innerlijk leven. Bemin het Kruis, dat het altaar is van het offer. Bemin het lijden totdat je zoals Christus de kelk tot op de bodem toe kunt drinken.”
De Kruisweg, XII statie